|
IDENTITEIT: orde: Squamata; familie: Lacertidae. |
|
EERSTBESCHRIJVING: in 1802, door Daudin, als Takydromus sexlineatus in Histoire Naturelle, générale et particulière des reptiles, Vol. 3, 452. |
|
SYNONIEM: |
|
NEDERLANDSE NAAM: langstaartje, langstaarthagedis |
|
MAXIMALE GROOTTE: kop/romplengte 60 mm, staartlengte 300 mm. |
|
GESLACHTSONDERSCHEID: mannetjes hebben een zwaardere staartwortel. 1-2 femoraalporiën. |
|
|
Milieu dag / nacht |
Terrarium dag / nacht |
Kweek |
Temperatuur °C |
20 / 28 |
25 / 20 - 24 |
|
Relatieve vochtigheid % |
30 / 70 |
50 / 60 |
80 |
Licht |
zon |
TLD86 |
|
|
|
VERSPREIDING: Oostelijk Indië, Thailand, Vietnam, Zuid-China, Hainan, West-Maleisië, Borneo, Sumatra, Java. |
 |
 |
Graslanden |
BIOTOOP: graslandbewoner. Vanaf de kusten tot op 400 m NN |
|
GEDRAG: rustige, vreedzame beginnerssoort die liefst alleen wordt gehouden. |
Insecteneter |
VOEDSEL: insecten zoals kleine krekels, sprinkhanen, rupsen, meel- en buffalowormen. |
|
KWEEK: 2 tot 3 eieren van 5 x10 mm per legsel. Voorzie voor het afleggen van de eieren een doos met fijn gezeefde bladgrond. Eieren afzonderlijk incuberen in een broedstoof op 20-24°C. De eieren kippen na 41 tot 48 dagen. De jongen meten 15 + 45 mm. |
|
BIJZONDERHEDEN: in de reptielenhandel worden ze vaak aangeboden als houdbaar samen met andere kleine hagedissen zoals Anolis carolinensis of kikkers zoals Hyla cinerea. Dergelijk gezelschapsterrarium is ten stelligste af te raden. Deze dieren leven in totaal verschillende biotopen en de Takydromus zullen ongetwijfeld sterven. |