|
IDENTITEIT: orde: Cypriniformes; familie: Cyprinidae. |
|
EERSTBESCHRIJVING: in 1822 door F. Hamilton als Cyprinus laubuca in "An.
Acc. of the fish. found in riv. Ganges", 260. |
|
SYNONIEM: Chela laubuca, Laubuca siamansis, Leuciscus laubuca, Perilampus guttatus, Perilampus laubuca. |
|
NEDERLANDSE NAAM: Indiase glasbarbeel; Indische bijlbuikvis. |
|
MAXIMALE GROOTTE: zelden meer dan 20 cm. |
|
GESLACHTSONDERSCHEID: alleen waarneembaar door de grotere buikomvang van het vrouwtje. |
Vraagt veel zwemruimte. |
HOUDBAARHEID: bevolkt de bovenste en middelste waterlagen. Laag lang
aquarium. Geen eisen aan de watersamenstelling. Zandbodem. Randbeplanting met hoofdzakelijk fijnbladerige
soorten. Zeer veel open zwemruimte. Regelmatige waterverversing houdt hen in topconditie. |
|
|
Milieu |
Aquarium |
kweek |
Zuurtegraad pH |
|
|
|
Totale hardheid °DH |
|
|
6 |
Temperatuur °C |
|
±24 |
25 - 28 |
Geleidbaarheid µS |
|
|
|
|
|
VERSPREIDING: Azië: India, Pakistan, Birma, Malakka, Sumatra
en Sri Lanka. |
![[Wereldkaart]](chela_laubuca-k1.jpg) |

|
|
BIOTOOP: in allerlei rustige wateren en overstroomde rijstvelden. |
Scholenvis. Springers!
|
GEDRAG: een levendige maar zeer vredelievende vis. Te verzorgen in groepjes van
een 10-tal exemplaren. Pas dan komen ze ten volle tot hun recht. Durven af en toe boven het wateroppervlak
uitspringen. Aquarium afdekken met goed sluitende dekruiten. |
Alleseter. |
VOEDSEL: stellen een gevarieerd menu op prijs, dat uit alles en nog wat kan
bestaan. Voorkeur voor insecten. Nemen geen voedsel op van de bodem. |
Alleen in de duisternis. |
KWEEK: niet te moeilijk. Paren alleen in het schemerdonker of volledige
duisternis. Kweekbal van 50 l is voldoende. Mannetje omstrengelt het vrouwtje langs boven. Per omstrengeling
worden 20 tot 40 eitjes vrij in het aquarium rondgestrooid. Ouders dan verwijderen. Jongen komen uit na 20-24
u. Zwemmen onmiddellijk naar de wateroppervlakte. Blijven daar 3-4 dagen door middel van een slijmdraad zweven
onder de waterspiegel. Pas daarna voederen met infuus of stofdroogvoer. Later met naupliën. Jongen groeien
vlug op. |
|
BIJZONDERHEDEN: |