Photo: Eduardo A Carvalho (edit by BBAT) - Source - CC BY-SA 3.0
IDENTITEIT: orde: Perciformes; familie: Cichlidae. | |||||||||||||||||||||||||||||
EERSTBESCHRIJVING: in 1958 door W. Ladiges als Crenicara filamentosa in "D.A.T.Z." 11:203-204. | |||||||||||||||||||||||||||||
SYNONIEM: Dicrossus spec. Fernandez-Yepez, 1969. | |||||||||||||||||||||||||||||
NEDERLANDSE NAAM: kleine schaakbordcichlide; schaakbordcichlide. | |||||||||||||||||||||||||||||
MAXIMALE GROOTTE: mannetjes: 7-8 cm vrouwtjes: 6 cm. |
|||||||||||||||||||||||||||||
GESLACHTSONDERSCHEID: sterk verlengde bovenste en onderste staartvinstralen bij het mannetje. | |||||||||||||||||||||||||||||
Zeer moeilijk. | HOUDBAARHEID: een niet te klein aquarium (100x50x50 cm), enkele mannetjes en liefst driemaal zoveel vrouwtjes, donkere bodem, veel kienhout en filteren over turf. Alleen wanneer de waterkwaliteit in overeenstemming is met hun behoefte, kunnen we ze langer dan een jaar in leven houden. | ||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
VERSPREIDING: Rio Negro en bovenloop van de Rio Orinoco: Rio Inirida en Rio Vichada. | |||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||
Zwartwaterbewoner. | BIOTOOP: nergens is een biotoopbeschrijving te vinden. Wordt wel vermeld als bijvangst bij Paracheirodon axelrodi. Hieruit kan besloten worden, dat het een zoetwaterbewoner is: veel kienhout en plantenresten waardoor er veel humuszuren in het water opgelost geraken; normaal geen plantengroei mogelijk. | ||||||||||||||||||||||||||||
Geen paarbinding | GEDRAG: de mannetjes zijn onderling zeer agressief. Er is geen vaste paarbinding, zelfs niet gedurende de broedzorg. | ||||||||||||||||||||||||||||
Dierlijk voedsel. | VOEDSEL: zij eten alle insecten die niet te groot zijn, echter niet van het wateroppervlak; ook geraspt runderhart. | ||||||||||||||||||||||||||||
Zeer moeilijk. Broedzorg alleen door het wijfje. |
KWEEK: alleen mogelijk bij de juiste waterkwaliteit. Er worden ongeveer 150 eieren afgezet op een blad of steen. Deze eieren komen na 3 dagen uit en de larfjes worden dan door het vrouwtje gedurende nog eens 5 dagen opgehangen aan stenen of kienhout, ze worden minstens één maal per dag verplaatst. Na 8 dagen zwemmen ze vrij rond en eten reeds Artemia; zij groeien vrij snel. Gedurende de broedzorg heeft het vrouwtje vuurrode buikvinnen. | ||||||||||||||||||||||||||||
BIJZONDERHEDEN: jonge dieren worden in de handel dikwijls aangeboden als D. maculata; dit is een goede soort, maar werd de laatste 40 jaar niet meer in Europa ingevoerd. |