De onderstam der Hexapoda (zespotigen) telt 2 klassen, nl. de Entognatha en de Insecta.
De Entognatha danken hun wetenschappelijke naam aan de monddelen ('gnatha' be-
ketent kaak) die aan de binnenzijde van de kop zijn gelegen ('ento' betekent binnenin).
Ze verschillen hiermee van de insecten, de enige andere groep binnen de zespotigen.
Vroeger werden de Entognatha gezien als een primitieve groep van insecten maar
tegenwoordig blijkt dat ze meer verwant zijn aan de kreeftachtigen dan aan de andere
zespotigen. De bekendste groep zijn de springstaarten, die wereldwijd in enorme hoe-
veelheden in en op de bodem leven. Omdat ze echter zeer klein zijn worden ze vaak
over het hoofd gezien.
De Entognatha worden verdeeld in drie ordes:
- Protura (oerinsecten of poottasters) (A)
- Collembola (springstaarten) (B)
- Diplura (dubbelstaarten) (C)
De Insecta zijn met bijna een miljoen beschreven soorten verreweg de grootste groep
van dieren. Insecten leven op het land en in zoet water, slechts enkele soorten leven
in zee, maar hier nemen de kreeftachtigen de plaats van de insecten vrijwel volledig in.
Insecten zijn eenvoudig van andere geleedpotigen te onderscheiden door de vrij specifieke lichaamskenmerken. Er zijn zowel nuttige insecten die op grote schaal worden
gekweekt als schadelijke soorten die als plaag worden beschouwd. Een aantal soorten
insecten wordt gegeten of gebruikt voor de voedselbereiding. De klasse der Insecta bevat drie subklassen:
- Archaeognatha (ongevleugelden) (springende franjestaarten)
- Dicondylia met de orde der Zygentoma (syn. Thysanaura) of franjestaarten (D)
- Pterygota (gevleugelde insecten) (E)
met de onderklassen:
- Palaeoptera (oude, gevleugelde insecten) (2 orden)
- Neoptera (moderne, vleugel-vouwende insecten) (22 orden – 1 superorde)
In het kader van deze voedselgids kunnen niet alle ordes en soorten aan bod komen
en beperken wij ons tot deze die van belang (kunnen) zijn als voedseldieren voor onze
vivaria.